Sandy’s Bijbel Overdenking

• By Sandy Shoshani

SANDY’S OVERDENKING

Juich voor de Heer, gans de aarde, barst uit in jubelgezang met muziek; speel voor de Heer op de harp, met de harp en het geluid van gezang, met trompetten en het geluid van de ramshoorn— juich voor de Heer, de Koning. Psalm 98:4-6 Verheug je ten zeerste, dochter van Sion! Juich van vreugde, dochter van Jeruzalem! Zie, je koning komt naar je toe, rechtvaardig en zegevierend, nederig en rijdend op een ezel, en op een veulen, het jong van een ezelin. Zacharia 9:9 (in de meeste Engelse vertalingen wordt het woord „en“ weggelaten, dat wel in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst staat) Toen zij Jeruzalem naderden en bij Bethfage op de Olijfberg aankwamen, stuurde Jezus twee discipelen vooruit en zei tegen hen: ‘Ga naar het dorp dat voor jullie ligt, en jullie zullen daar meteen een ezelin vinden die vastgebonden staat, met haar veulen naast haar. Maak ze los en breng ze naar mij. Als iemand iets tegen jullie zegt, zeg dan dat de Heer ze nodig heeft, en hij zal ze meteen sturen.’ Dit gebeurde om te vervullen wat door de profeet was gesproken: „Zeg tegen de dochter van Sion: ‘Zie, uw Koning komt naar u toe, zachtmoedig en rijdend op een ezelin, en op een veulen, het jong van een ezelin.’“ De discipelen gingen heen en deden wat Jezus hun had opgedragen. Ze brachten de ezel en het veulen en legden hun mantels erop, zodat Jezus erop kon gaan zitten. Een zeer grote menigte spreidde hun mantels uit op de weg, terwijl anderen takken van de bomen sneden en die op de weg uitstrekten. De menigten die voor Hem uitgingen en die Hem volgden, riepen: „Hosanna voor de Zoon van David!“ ‘Gezegend is hij die komt in de naam van de Heer!’ ‘Hosanna in de hoogste hemel!’ Mattheüs 21:1-9

Het woord „HARIOU!”, „Roep luid”, komt zowel in Psalm 98 (en vele andere bijbelverzen) als in Zacharia 9:9 voor, op het moment dat de Koning der Koningen nederig Jeruzalem binnenrijdt. Grote menigten mensen roepen luid „Hosanna!” (red ons). Wat een schitterend tafereel om te zien hoe de Koning der Koningen op een veulen binnenrijdt, zachtmoedig en toch glorieus. De meeste kunstenaars beelden deze scène af met slechts één ezel of veulen, maar de tekst spreekt duidelijk van een veulen en een jong dier. Jezus reed op het jongere dier, het veulen, dat nog nooit bereden was. Te midden van het tumult en de opwinding waren er twee dingen die het ongetrainde dier kalmeerden: de liefdevolle, zachte handen van de Messias en de moeder, die dicht genoeg bij haar veulen bleef om het gerust te stellen. Het zijn twee dingen die essentieel zijn om een baby te kalmeren: de liefde van de Schepper en de liefde van de moeder. Dit is ons gebed en onze hoop voor de moeders van Be’ad Chaïm: dat zij mogen weten dat God de ultieme trooster is en dat zij in staat mogen zijn om hun baby’s te troosten en lief te hebben.