SANDY’S OVERDENKING

• By Sandy Shoshani

SANDY’S OVERDENKING

Er kwamen enkele mensen die tegen Josafat zeiden: „Er trekt een enorm leger vanuit Edom, van de andere kant van de Dode Zee, op je af. Het bevindt zich al in Hazezon-Tamar” (dat is En-Gedi). Geschrokken besloot Josafat de Heer te raadplegen, en hij riep een vastendag uit voor heel Juda. Het volk van Juda kwam bijeen om hulp te zoeken bij de Heer; ja, zij kwamen uit alle steden van Juda om Hem te zoeken. Toen stond Josafat op in de vergadering van Juda en Jeruzalem in de tempel van de Heer, aan de voorkant van de nieuwe voorhof, en zei: „Heer, de God van onze voorvaderen, bent U niet de God die in de hemel is? U heerst over alle koninkrijken der volken. Macht en kracht zijn in Uw hand, en niemand kan U weerstaan. Onze God, hebt U niet de bewoners van dit land voor het aangezicht van Uw volk Israël verdreven en het voor altijd gegeven aan de nakomelingen van Abraham, Uw vriend? Zij hebben er gewoond en er een heiligdom voor Uw Naam gebouwd, zeggende: ‘ Als er rampspoed over ons komt, of het nu het zwaard van het oordeel is, of een plaag of hongersnood, dan zullen wij voor Uw aangezicht staan bij deze tempel die Uw Naam draagt, en zullen wij in onze nood tot U roepen, en U zult ons horen en ons redden.’

“Maar nu zijn er mannen uit Ammon, Moab en de berg Seïr, wier grondgebied U Israël niet toestond binnen te vallen toen zij uit Egypte kwamen; daarom wendden zij zich van hen af en vernietigden hen niet. Zie hoe zij ons nu terugbetalen door ons te komen verdrijven uit het bezit dat U ons als erfdeel hebt gegeven. Onze God, zult U hen dan niet oordelen? Want wij hebben geen kracht om dit enorme leger het hoofd te bieden dat ons aanvalt. Wij weten niet wat wij moeten doen, maar onze ogen zijn op U gericht.’ Alle mannen van Juda, met hun vrouwen, kinderen en kleintjes, stonden daar voor het aangezicht van de Heer. Toen kwam de Geest van de Heer over Jahaziel, de zoon van Zacharia, de zoon van Benaja, de zoon van Jeïel, de zoon van Mattania, een Leviet en afstammeling van Asaf, terwijl hij in de vergadering stond. Hij zei: „Luister, koning Josafat en allen die in Juda en Jeruzalem wonen! Dit zegt de Heer tegen jullie: ‘Wees niet bang en raak niet ontmoedigd vanwege dit enorme leger. Want de strijd is niet van jullie, maar van God. Trek morgen tegen hen op. Zij zullen via de Pas van Ziz omhoog klimmen, en jullie zullen hen aantreffen aan het einde van de kloof in de woestijn van Jeruel. Jullie hoeven deze strijd niet te voeren. Neem jullie posities in; blijf standvastig en zie de verlossing die de Heer jullie, Juda en Jeruzalem, zal schenken. Wees niet bang; raak niet ontmoedigd. Trek morgen uit om hen tegemoet te treden, en de Heer zal met jullie zijn.’” 2 Kronieken 20:2-17

Jehoshafat stond tegenover een machtig leger en gaf toe dat hij niet wist wat hij moest doen – maar koos ervoor om op God te vertrouwen, zijn blik te richten op Gods redding, wijsheid en hulp, in plaats van in paniek te raken in een schijnbaar uitzichtloze situatie. Het werk van Be’ad Chaim voelt soms alsof er een enorm leger op ons afkomt – of het nu gaat om financiën (waar God ons onlangs op wonderbaarlijke wijze heeft geholpen), of om vrouwen in crisis (waar we dagelijks wonderen zien), of om kantoorruimte, of het aantrekken van begeleiders – God is altijd trouw. Op dit moment bidden we voor verschillende grote noden: kantoorruimte in Tel Aviv, een nieuwe Arabisch sprekende hulpverlener, gezondheid voor ons team – we richten onze ogen op de Heer. Zoals de profeet tegen Josafat zei: „We nemen onze geloofsposities in, staan standvastig en wachten op Gods verlossing. We zullen ons niet laten ontmoedigen. We verkondigen dat God met ons is!”